Inleiding. Louise bedankt. Inhoudsindeling:
Beschrijving gemaakt door Louise Verbeek.
Louise is in 2006 reisleidster voor Ross Holidays in Peloponnesos. Voor haar klanten heeft ze de mooiste plekjes op de Peloponnesos beschreven. Louise heeft een deel van de beschrijvingen hier aangeboden. Met name die beschrijvingen die betrekking hebben op de plaatsen die wij bezocht hebben.
Peloponnesos
Geschiedenis
Kalamata
Methoni
Pylos
Sfaktiria
Paleis van Nestor
Olympia
Sparta
Mistras
Mycene
Griekenland na de zomer
Alfabet
Hoe en wat in het Grieks
Eten en drinken
Muziek in Griekenland
De naam ‘Peloponnesos’ betekent ‘eiland van Pelops’.
Pelops is een legendarische figuur die door Tantalus,
zijn vader, letterlijk werd voorgeschoteld aan de Olympische goden. De goden
kregen echter medelijden en lieten Pelops opstaan uit de dood. Pelops trouwde
een koningdochter Hippodamia. Hij werd de stamvader van de Atridische lijn.
Deze lijn bracht veel koningen voort die heersten over het eiland van Pelops.
‘Peloponnesos’ is dus een samenvoegsel van de naam Pelops en het Griekse
woord voor eiland nesos.
De Peloponnesos heeft een totale oppervlakte van
21.379 vierkante kilometer en beslaat daarmee de helft van Nederland. In totaal
wonen er ongeveer 1,1 miljoen mensen. Patras in het noord-westen is met 150.000
inwoners de grootste stad.
Bergen en heuvels zijn bepalend voor het landschap,
de bergketens lopen van noord naar zuid, met als hoogste top de Iliasberg van
het Taygetos gebergte (2407m). De Peloponnesos bestaat uit 7 provincies (nomos)
en wij bevinden ons in Messinie. De hoofdstad van deze provincie is Kalamata,
met 60.000 inwoners.
De westkust van Messinie (Pillia) is heuvelachtig en
rijk begroeid met wilde bloemen, oleanders, olijf- en citrusbomen. Deze streek
wordt ook wel “de tuin van de Peloponnesos” genoemd vanwege de
overdadige, groene natuur. Landbouw is hier het voornaamste middel van bestaan.
Denkt u maar eens aan de beroemde Kalamata olijven.
Het zuiden van Messinie (Mani) kenmerkt zich door de
(bijna uitzonderlijk) ruige hellingen van het Taygetos gebergte. Opvallend in
Mani zijn de traditionele stenen huizen en woontorens, een bouwstijl die de laatste
jaren in ere is hersteld.
3000 De eerste bewoners vestigen zich op
de Peloponnesos.
1600-1200 Myceense beschaving.
1200 Doriërs
vallen de Peloponnesos binnen.
800
Opkomst Sparta.
776 Eerste gedocumenteerde Olympische
Spelen.
735-715 1e Messinische
oorlog: Sparta onderwerpt Messinia.
655-585 Bloeitijd Korinthe.
645-628 2e Messinische
oorlog: Sparta bevestigt superiotiteit.
479 De Perzen worden verslagen, waarbij de Spartanen zich onderscheiden.
464 Aardbevingen tasten de hegemonie van Sparta aan, maar Sparta herstelt zich.
431-404 Peloponnische oorlog; Sparta verslaat Athene.
394-387 Korintische oorlog; Thebe, Athene en Korinthe bedreigen de macht van Sparta.
371 Thebe verslaat onoverwinnelijk geacht Sparta in “Slag bij Leuctra”.
338 Peloponnesos onder heerschappij van Macedonië, uitgezonderd Sparta.
222 Sparta wordt verslagen door Ahaďsche Bond en Macedonië.
167 Rome verslaat Macedonië, begin Romeinse periode.
146 Rome verwoest Korinthe om voorbeeld te stellen.
Na Christus:
52 Paulus arriveert in Korinthe om de Blijde Boodschap te verkondigen.
393 Romeinse keizer Theodosius verbiedt “heidense” Olympische Spelen.
394 Griekenland onderdeel van Byzantijnse Rijk.
1214 De Peloponnesos valt in handen van de Franken.
1261-1460 Bloeitijd van Mistras als hoofdstad
van de steeds groter wordende Byzantijnse provincie.
1460 De
Turken bezetten Mistras en vestigen hegemonie op de Peloponnesos.
1684-1715
Venetiaanse bezetting.
1770 Mislukte Russische invasie o.l.v. gebroeders Orlow om de Turken te verdrijven.
1821
Begin van onafhankelijkheidsoorlog met bezetting Kalamata.
1827 Zeeslag in de baai van Navarino:
geallieerden verslaan Turken en Egyptenaren. Kapodistrias eerste president.
1831 Kapodistrias in Nafplion
vermoord.
1832
Prins Otto arriveert in Nafplion
als koning van Griekenland.
1844
Otto gedwongen democratische grondwet te accepteren.
1862
Otto wordt verdreven.
1863
Deense prins wordt koning George I.
1893
Opening kanaal van Korinthos.
1913
Kreta komt bij Griekenland en koning George I
vermoord.
1913-1917
Strijd tussen royalisten en republikeinen.
1919-1923
Oorlog tussen Griekenland en Turkije.
1924
Griekenland wordt republiek.
1936-1941
Dictatuur Metaxas.
1941
Duitse invasie.
1944
Engelsen landen bij Patras en bevrijden
Athene.
1944-1949
Griekse burgeroorlog.
1945 Monarchie
wordt na referendum weer ingesteld.
1951
Griekenland wordt lid van de NAVO.
1964
Griekenland verlaat de NAVO.
1974
Griekenland wordt een democratische republiek.
1977
ND wint de verkiezing.
1981 Griekenland wordt het tiende lid van EG. PASOK wint de
verkiezingen, Papandreou wordt president.
1989 PASOK verliest de verkiezingen; vorming van een regering
van nationale eenheid (ND, PASOK en linkse Alliantie).
1990 ND wint de verkiezingen. Mitsotakis
wordt premier en Karamanlis wordt president.
1996 Papandreou treedt wegens
ziekte af en wordt opgevolgd door Simitis.
1997 Griekenland krijgt de Olympische Spelen voor het jaar
2004 toegewezen.
2000
Griekenland treedt toe tot de Europese Monetaire Unie.
2004 ND
wint de verkiezingen met Karamanlis.
De hoofdstad van Messinie (60.000 inwoners) werd in september 1986 door een zware aardbeving getroffen en is sindsdien geen echt mooie stad meer. Er vielen weliswaar “slechts” 20 doden en 300 gewonden, maar de oude binnenstad werd verwoest net als een kwart van alle huizen. De wederopbouw is nog niet voltooid en er zijn nog altijd lege plekken in Kalamata.
Kalamata kent een bruisend nachtleven dat zich met name afspeelt aan de Navarino-boulevard. Deze strekt
zich uit van de haven langs de kust richting Mani.
U kunt het Kastro bezoeken met het museum dat boven
op de berg ligt. In de buurt staat ook de bekende byzantijnse kerk Apostoli.
In deze kerk is het icoon gevonden van de Madonna met
de mooie ogen: kala matia. Hier dankt Kalamata haar naam aan.
Kalamata is ook bekend om haar zijde. De nonnen
maken dit nog steeds op traditionele wijze en u kunt hen vinden in het klooster
dichtbij de Ipapandis kerk.
Verder heeft Kalamata moderne winkels en grote
supermarkten, zelfs een fast-food restaurant “Goodies” ontbreekt niet aan het
stadsbeeld. De winkels van Kalamata zijn geopend van maandag t/m zaterdag van
08.00 tot 14.00 uur. Op dinsdag, donderdag en vrijdag ook van 18.00 tot 21.00
uur.
Methoni en Koroni worden ook wel de “de ogen van Venetië” genoemd vanwege de belangrijke rol die deze vestingplaatsen speelden gedurende de Middeleeuwen. Methoni is een Middeleeuws plaatsje dat door de Venetianen is gesticht. Het heeft een rijke geschiedenis en is architectonisch zeer interessant.
Het plaatsje ligt 11 kilometer ten zuiden van Pylos en circa 28 kilometer ten westen van Koroni op de meest zuidwestelijke punt van de Peloponnesos. Met haar wit geschilderde huisjes met rode daken en het indrukwekkende Venetiaanse fort met de imposante Bourtzi-toren die in 1209 is gebouwd, ademt het de Griekse ontspannen sfeer uit.
De stad was Byzantijns tot 1209. In dat jaar veroverden de Venetianen Methoni en bouwden er een grote vesting die tot de dag van vandaag onderhouden wordt. In 1500 hebben de Turken de stad heroverd, en van 1685 tot 1715 zwaaiden de Venitianen er weer de scepter. In 1715 ging de stad weer over in Turkse handen tot het tenslotte in het jaar 1825 weer Grieks werd. Het plaatsje ligt op een landtong die tot ver in zee reikt, tegenover de kleine eilandjes Schizos en Sapienza. Op de uiterste punt begint de vesting. Heel interessant is de achthoekige Bourzi-toren die door de Osmanen is gebouwd. Ook de Turkse baden en de versieringen aan de toegangspoort stammen uit die tijd.
Het tegenwoordige Methoni is ondanks al die vreemde elementen een echt Grieks plaatsje. De witte huisjes, de smeedijzeren balkonnetjes, de smalle straatjes en het gezellige plein met echt Griekse taverna’s rondom geven u het idee dat de tijd heeft stil gestaan.
Ook het strand doet u in de oude tijd wanen; het ruime strand met fijn zand heeft behalve de schittering van de zon in het water ook het silhouet van het fort als uitzicht zodat u daar heerlijk kunt wegdromen. Het is zeer geschikt voor kinderen; het water is ondiep. Er is ook een speeltuintje en de taverna’s aan de kust bieden heerlijke voorafjes.
Pylos ligt in de Baai van Navarino en heeft 3.000 inwoners. Het stadje wordt afgeschermd van de zee door het eiland Sfaktiria. Er is een haven en een gezellig plein met platanen waar het zeer goed toeven is. Er zijn verschillende horecagelegenheden, winkels en kiosken.
Op het fraaie stadsplein aan de haven, het Platia
Trion Navarhon, staan drie admiraals op de uitkijk. De Engelsman
Codrington, de Fransman De Rigny en de (van oorsprong Nederlandse) Rus Von
Heyden. Zij behaalden in de Baai van Navarino op 20 oktober 1827 de beslissende
overwinning op de Turken. Tussen palmen en twee kanonnen staat een driezijdig
monument, waarop hun hoofden prijken. De kanonnen zijn overigens niet van hun
schepen afkomstig, maar uit het fort: het ene is van Turkse, het andere van
Venetiaanse makelij. Ieder jaar op 20 oktober vinden er allerlei
feestelijkheden plaats die de herinnering aan de slag levend moeten houden.
Op de hoek van het
stadsplein, waar de toegangsweg uit het noorden op uitkomt, staat een sokkel
zonder beeld. De vijf olympische ringen en de inscriptie verraden dat het hoofd van
Kostis Tsiklitiras hier had moeten prijken. Tsiklitiras (1888 - 1913) won in
1908 zilver bij het hoogspringen en in 1912 goud bij het polsstokhoogspringen.
Zijn huis is nog enigszins in ere gehouden. Het ligt aan de zuidkant van de haven,
om de hoek van het politiebureau, naast taverna Ta Adelfia. Het verkeert nu in
vervallen staat, maar het verraadt allure.
In de zijstraat van het plein in de richting van
Methoni ligt halverwege het bescheiden museum. Het museum bestaat uit twee
zaaltjes met vondsten uit de opgravingen in de omgeving. Onder andere veel
keramiek, enkele gouden sieraden uit koepelgraven, een badkuip en bronzen
beeldjes uit de Myceense, klassieke en Romeinse tijd.
In het voor- en naseizoen is het museum geopend van
dinsdag t/m vrijdag van 09.00 tot 15.00 uur. In het hoogseizoen dezelfde
tijden, maar dan maandag t/m vrijdag.
200 Meter na het museum ligt het Neokastro.
Neokastro ligt verspreid op een lage heuvel. Het grote fort is door de Turken
in 1573 gebouwd en zowel door de Venetianen als door de Fransen vergroot en
verbouwd.
Voorbij de ingang liggen links de gerestaureerde
barakken die de Fransen in 1828 hebben gebouwd. Het is de bedoeling dat in de
barakken ook de vondsten van het Centrum Voor Onderwater Archeologie worden
ondergebracht, maar zover is het nog niet. Enkele van die vondsten staan wel
tentoongesteld in de nissen van de zeszijdige akropolis, waar een pad van
kleine keien achter de barakken langs naar toe leidt.
Na de onafhankelijkheid van Griekenland heeft de
akropolis tussen 1830 en 1941 dienst gedaan als gevangenis. Een cel is nog
bewaard gebleven, na de ingang rechts om de hoek. De overige zijn wat
aangenamer gemaakt en doen nu dienst als kantoortje, magazijn, werkplaats of
toilet.
In de zuidwest hoek van het fort staat een kerk, die
door de Turken als moskee was gebouwd, maar die in de loop der tijd meerdere
keren van religie wisselde. Op de hoek naast de ingang is nog goed de basis van
een minaret zichtbaar.
Er is ook een collectie etsen te bewonderen van de
Franse Hellenist René Puaux (1878 - 1937) die de Griekse
onafhankelijkheidsstrijd heeft uitgebeeld. Boeken, brieven, gravures, kaarten,
munten, medailles en andere zaken zijn hier tentoongesteld.
Wie de stad in zuidelijke richting verlaat passeert
nog in de bebouwde kom de resten van een aquaduct. Het was onderdeel van een
ingenieus systeem dat water van twee bronnen naar het kasteel leidde. Meer
resten van aquaducten liggen langs de weg naar Kalamata bij Agios Konstantinos
en Handrinos. Aangenomen wordt dat de Venetianen tijdens hun tweede
overheersing (1686 - 1715) met de bouw zijn begonnen.
In de baai van Navarino
liggen enkele eilanden, die de baai voor een zeer groot deel van zee afsluiten.
Het grootste eiland is het rotsige Sfaktiria,
dat 4 kilometer lang is en op het breedste punt 1.300 meter meet.
Het onbewoonde eiland is vooral gebruikt om er
gedenktekens op te richten. Op de zuidkant staan monumenten voor de doden die
vielen op 26 april 1825 toen Griekse vrijheidsstrijders door Egyptenaren in de pan werden gehakt en voor Alexis Mallet, een Franse officier, die in een duel door
een Franse generaal werd doodgeschoten. Ook ligt hier het graf van Paul
Bonaparte, een neef van de Franse keizer, die als vrijwilliger in het Franse leger
voor de Griekse zaak vocht en gedood werd toen hij zijn geweer schoonmaakte.
Midden op het eiland staat een gedenkteken dat voor
de Russen is opgericht die het leven lieten bij de Slag van Navarino. Het staat vlak bij de enige kerk op het
eiland. Eveneens vlakbij liggen drie enorme olietanks, die tussen 1965 en 1980
dienst deden als benzinepomp voor passerende schepen.
Op de noordkant ligt de Eliasheuvel,
waar tijdens de Peloponnesische oorlog in 425 voor
Chr. de Atheners 120 Spartanen dwongen zich over te
geven. Een opmerkelijke gebeurtenis, omdat Spartaanse soldaten gezworen hadden
liever te sterven dan in handen van de vijand te vallen.
Ten zuiden van Sfaktiria
liggen drie rotspunten. De grootste ligt het meest zuidelijk: Tsihli-baba, dat een doorgang heeft in de
vorm van een boog. Als een zwangere vrouw daar doorheen vaart, zal ze een zoon
baren. Op het eiland, genoemd naar een Venetiaanse
leraar, is een gedenkteken voor de Franse slachtoffers tijdens de zeeslag en
een vuurtoren die op zonne-energie draait.
Tussen Sfaktiria en de
kust ligt nog een eiland, dat je gemakkelijk over het hoofd ziet: Helonaki (kleine schildpad), waar een
monument voor de Britse mariniers ligt.
De belangrijkste bezienswaardigheid van het antieke Pylos ligt 18 kilometer ten noorden van Pylos langs de weg naar Hora: het paleis van Nestor.
Het paleis heeft een opvallend uiterlijk: om verdere aantasting door de elementen te voorkomen zijn de resten van het paleis overspannen door een kap. Op afstand lijkt het daardoor net een busstation. Het paleis ligt op een heuvel met een fraai uitzicht op de Baai van Navarino.
Archeologen hebben verschillende complexen blootgelegd -er wordt trouwens nog steeds gegraven en gezeefd-, maar het meest toegankelijk is het centrale, overkapte deel waar koning Nestor resideerde. Nestor was koning van het Myceense Pylos en werd geprezen om zijn wijsheid. Hij leefde rond 1.200 v.Chr. en was ongewild één van de aanstichters van de Trojaanse oorlog.
Centraal liggen achter elkaar de toegangspoort, hof, zuilengang, vestibule en troonzaal. Daaromheen is een groot aantal verblijven, opslagkamers, badkamers en dergelijke die tezamen een labyrintisch geheel vormen. Het paleis had twee verdiepingen. Bij de bouw is hoofdzakelijk hout gebruikt. Zuilen, deurkozijnen, plafonds en daken waren van hout en ook de stenen muren hadden als kern een houten frame.
De belangrijkste vertrekken waren luxe ingericht en fantasievol beschilderd. De Engelse schilder Piet de Jong heeft reconstructietekeningen gemaakt van de interieurs en van vloer- en wanddecoraties.
De ruim vijftig verblijven in het centrale deel van het paleis zijn goed te herkennen en bovendien genummerd en van Engelse aanduidingen voorzien. Naast de ingang (1 en 2) waren twee vertrekken (7 en 8), die waarschijnlijk als belastingkantoor dienst deden. Hier is de belangrijkste vondst gedaan: bijna duizend kleitabletten met het linear B-schrift. Het eerst bekende moderne schrift ter wereld. Deze werden in 1953 ontcijferd, maar bevatten weinig opwindend proza: economische en administratieve gegevens.
De gasten van Nestor werden via het open binnenhof (3) naar de wachtkamer (10) geleid, waar de stenen hoekbank nog te zien is. De gasten hoefden niet op een houtje te bijten. In de ernaast gelegen provisiekamer (9) stonden honderden wijnkommen. Als de koning gereed was werden de gasten via een portiek (4) en de vestibule (5) naar de troonzaal geleid. Ze werden daarbij in de gaten gehouden door twee schildwachten, die rechts van beide doorgangen stonden, zoals de beide standplaatsen laten zien. De troonzaal (6) was de belangrijkste ruimte. Wanden, vloer en plafond waren beschilderd. In het midden was een ronde haard, omgeven door vier zuilen. De decoratie op de stenen ronde basis van deze haard is nog goed te zien: drie hoeken op de opstaande rand en cirkels bovenop. Rechts in de zaal zat de koning op zijn troon.
Op de grond voor de troon, pal achter het touw, is een vage afbeelding van een ocopus te zien.
Voor het overige was de vloer in fel gekleurde blokken beschilderd in een wijkend ruitpatroon. Links van de troon zijn twee kuiltjes in de grond die door een gootje met elkaar zijn verbonden. Waarschijnlijk kon de koning zo een offer brengen aan één van zijn goden, zonder daarvoor zijn troon te hoeven verlaten. Rechts van de troonzaal lagen enkele provisiekamers (18 t/m 22). Deze hadden rondom planken waarop duizenden aardewerken schalen, kruiken en drinkbekers stonden. In een kamer (19) zijn welgeteld 2.853 gebroken drinkbekers gevonden. Achter de troonzaal lagen magazijnen (23, 24 en 27) waar olijfolie werd opgeslagen in tientallen met stucwerk bedekte kruiken. Toen in 1.200 v.Chr. het houten paleis afbrandde voedde deze olie het vuur.
Een smalle gang loopt rechts langs de troonzaal, langs enkele andere ruimten en een trap, en komt uit op het binnenhof, waar links een badkamer ligt (43). De terracotta badkuip verkeert nog in redelijke staat. In de hoek, rechts van het bad, is nog goed de plaats zichtbaar waar twee grote kruiken stonden. Deze kruiken bevatten het water waarmee een bediende de badgast overgoot.
Vanaf de parkeerplaats leidt een pad door een olijfboomgaard naar één van de graven die in de omgeving van het paleis zijn gevonden. Het stenen gebouw heeft de vorm van een bijenkorf met een diameter van 9,35 meter. De tombe was in de loop van de tijd omgevallen en bedekt met aarde. In 1954 werd de tombe ontdekt en in 1957 gerestaureerd. In deze altijd koele ruimte werd een grafkuil gevonden met skeletten en geschenken die de doden meekregen. Ze zijn tentoongesteld in het museum van Hora.
Volgens de legende werd dit gebied bewoond door de Piscanen. Hun koning heette Oinamaus Zijn dochter Hippodamia was getrouwd met Pelops, naar wie de Peloponnesos is genoemd. Men heeft aanwijzingen dat al rond 1.000 v.Chr. er een soort spelen werden gehouden ter ere van het bovengenoemde echtpaar. De eerste zeker gebeurtenis in de Griekse geschiedenis is de organisatie van de Olympische spelen in 776 v.Chr. De spelen werden opgedragen aan de oppergod Zeus door de leider van de Eleianen, Iphitos.
In eerste instantie ging het alleen om hardloopwedstrijden voor mannen. In de 8e en 7e eeuw v.Chr. werden worstelen, boksen en ruitersporten aan de spelen toegevoegd. Ook was er een artistieke en letterkundige competitie. De prijs voor de winnaar was een krans gemaakt van de tak van altijd dezelfde boom, een wilde olijfboom met de naam “Kalistefano” (goede krans).
Tot de Romeinen in 146 n.Chr. de spelen overnamen, mochten alleen Grieken deelnemen. De Griekse steden voerden voortdurend strijd met elkaar. Tijdens de kampioenschappen in het olympische stadion, gold er echter een wapenstilstand en werden alle vijandelijkheden tijdelijk stopgezet. Deelnemers aan de spelen kregen op hun reis naar Olympia zelfs vrije doorgang van bandieten door middel van het tonen van een Olympische plaquette.
In 393 n.Chr. werden de spelen verboden door de Romeinse keizer Theodosius I. De spelen werden gezien als ‘heidens’. In 1896 werden ze weer in het leven geroepen door de Franse historicus Pierre de Coubertin. Sindsdien gaat elke vier jaar een fakkeldrager met de heilige vlam van Olympia naar de plaats waar de wedstrijden gehouden zullen worden.
Tegenwoordig kunt u er o.a. nog het stadion en de
Dorische tempel van Zeus (472 v.Chr.) terugvinden. In
het nieuwe museum van Olympia vindt u het stenen hoofd van Hera, het beeld van
Hermes (330 v.Chr.), een grote selectie potten en
bronzen figuren en nog veel meer wonderschone vondsten.
De Grieken zijn trots op hun oude spelen, maar zeker
ook op de Olympische Spelen van 2004 die in Athene werden gehouden!
Sparta is de hoofdstad van de provincie Lakonia en ligt op ongeveer 1˝ uur rijden van Kalamata. De tocht is werkelijk schitterend, de Iagadapas over het Taygetos gebergte gaat langs kloven en ravijnen en onder gigantische overhangende rotspartijen door. Op het hoogste punt kunt u stoppen voor een hapje of een drankje en genieten van het prachtige uitzicht.
De cultuur van de neerslachtige en sobere Spartanen
liet geen ruimte voor grote werken. In plaats daarvan concentreerden ze al hun
energie op het creëren van een ras van bijna super krijgslieden, die
onverschillig stonden tegenover pijn en lijden en die in staat waren alle
ontberingen te doorstaan.
Dit was de stad waar men zwakke en zieke baby’s
buiten legde om te sterven en waar men de jonge mannen onverbiddelijk afroste,
zodat ze hun moed zouden bewijzen in het openbaar zodra ze volwassen geworden
waren.
Uit de stad Sparta zijn dan ook nooit grote
filosofen voortgekomen, alleen krijgslieden.
In de 3e eeuw na Christus viel Sparta in
handen van Philippus II en de Macedoniërs. De stad werd daarna nooit meer wat
zij geweest was.
Er zijn een aantal ruďnes over zoals de oude
Akropolis en het heiligdom van Artemis Orthia dat in de 6e eeuw na
Christus is gebouwd. Verder is er nog het graf van de krijgsman Leonidas uit de
5e eeuw na Christus.
Het archeologische museum is in het centrum van de
stad.
Mistras wordt beschouwd als een van de belangrijkste bezienswaardigheden van de Peloponnesos. Een bezoek aan de opgravingen van de overblijfselen van deze Byzantijnse stad is zeer de moeite waard! Hoewel de burcht aan de voet van het Taygetos gebergte ligt, is dit nog een behoorlijke hoogte. Het uitzicht vanaf de burcht is de vlakkere omgeving van Sparta. De kerken, kloosters, het paleis en het kasteel staan er nog praktisch hetzelfde bij als eeuwen geleden. Veel van de kerken zijn versierd met de meest interessante fresco’s en bevatten Byzantijnse kunstvoorwerpen.
De eerste vesting van Mistras werd in 1248 gebouwd
door de Frankische kruisvaarder Guillaume de Villehardouin, die tussen 1245 en
1278 over de Peloponnesos (ofwel Morea) heerste. Er waren echter burchten nodig
om het gebied te verdedigen, en de heuvel van Mistras was een perfecte plaats
voor zo’n burcht. In 1259 viel Mistras in Griekse
handen en werd het onderdeel van het Byzantijnse Rijk.
Toen de inwoners van Sparta zich na 1264 in het fort
Mistras gingen vestigen, was dat een belangrijke impuls voor de bloeiperiode
van Mistras. Er werden kerken, kloosters en paleizen gebouwd. In de 14e
en 15e eeuw groeide Mistras uit tot het politieke en culturele
centrum van Morea (Peloponnesos), waarbij het het in verval geraakte
Constantinopel naar de kroon stak. De bloeiperiode van Mistras bereikte haar
hoogtepunt onder de Palaiologen-Dynastie van het Byzantijnse Rijk (1384-1460).
Een voorbeeld hiervan vormt de architectuur en, in intellectuele zin, de
humanistische filosofieën van Gemistos Plithon.
In 1453 werd Constantinopel veroverd door de Turken
en tien jaar later begon de Turkse belegering van Mistras. Onder de Turkse
overheersing bleef Mistras een stad met allure. Tijdens de Venetiaanse
overheersing van 1687-1715 bleef Mistras groeien en telde het rond de 42.000
inwoners. Na de onafhankelijkheidstrijd van Griekenland (1821) werd het moderne
Sparti gebouwd. In 1952 moesten de laatste bewoners Mistras verlaten. Vandaag
de dag wonen alleen de nonnen van het Pantanassaklooster nog in Mistras.
Voor een bezoek aan Mistras heeft u goede schoenen,
een hoofddeksel en voldoende drinken nodig. De opgraving is dagelijks geopend
tot 15.00 uur. In de zomer sluit het complex soms rond 17.00-18.00 uur.
Mycene is de Homerische stad die wereldberoemd is geworden door de opzienbarende vondsten van de archeoloog Heinrich Schliemann.
Mycene ligt strategisch in een bergdal aan de voet
van de Agios Ilfas en de Zara. Met name de
leeuwenpoort en de koepelgraven zijn zeer spectaculair. De
schatgraven dateren van 1600 tot 1580 voor Christus. Wie de inwoners waren,
welke taal men sprak en waar zij vandaan kwamen is nog steeds niet bekend. Ook
de vondsten van kleitabletten hebben geen antwoord kunnen geven. Deze
kleitabletten zijn namelijk van latere datum en bevestigen slechts dat de
bewoners van Mycene uit de 14e eeuw voor Christus als proto Grieken
beschouwd moeten worden.
Tussen 1400 en 1200 voor Christus werden de
kolossale fortificaties met de Leeuwenpoort en de reusachtige grafkamers
gebouwd en bereikte de Myceense beschaving zijn hoogtepunt. Rond 1200 voor
Christus trokken geheimzinnige invallers een verwoestend spoor door de
zuidelijke balkan en werden alle Myceense paleizen
vernietigd. Er zijn aanwijzingen dat deze turbulenties in verband staan met de
raids van de zgn. Zeevolkeren.
De Myceense cultuur werd weggevaagd. Daarop volgde
een Dorische volksverhuizing van primitievere Grieken. De gehele Griekse
cultuur tuimelde naar beneden. In deze sub-Myceense tijd werd Mycene nog wel
bewoond.
De eens zo machtige Koningsburcht zou echter nooit
meer bloeien en nadat het naburige Argos brand stichtte, werd de Citadel der
Artriden definitief verlaten.
Als het toeristenseizoen voorbij is nemen de Grieken weer bezit van hun dorpen. Alle aandacht wordt nu gegeven aan andere belangrijke zaken zoals het oogsten van de pers- en eetolijven, en het nodige onderhoud aan appartementen, taverna’s en winkels. Deze werkzaamheden vragen de nodige aandacht en tijd, maar het tempo daalt wel aanzienlijk.
Tijdens het toeristenseizoen is er de oogst van
vijgen die in de Peloponnesos hoofdzakelijk gedroogd worden en zo het volgende
jaar kunnen worden verkocht. Ook worden de druiven geoogst om er de welbekende
huiswijn van te maken. Als u wat later in het seizoen hier bent zult u dit
ongetwijfeld zien.
De olijvenoogst begint na de 2e helft van november.
De oogst van de eetolijven is niet heel zwaar. Deze olijven worden
hoofdzakelijk met de hand geplukt om ze niet te beschadigen. De oogst van de
persolijven is echter een ander verhaal. Afhankelijk van de hoeveelheid olijven
kan dit zo’n 2 tot 3 maanden duren. De takken met de
meeste olijven worden uit de bomen gezaagd en de olijven worden er op de grond
met stokken uit geslagen. Ook de olijven die dan nog aan de boom hangen worden
er daarna uit geslagen. De werkzaamheden beginnen meestal zodra het licht wordt
en duren tot ongeveer 17.00 uur. Daarna wordt het te kil. Uiteindelijk kan het
dus zijn dat men 2 maanden lang dag in dag uit hiermee bezig is.
Min of meer meteen na de olijvenoogst begint men met
het opknappen van panden. Aan het begin van een nieuw seizoen zien deze er dan
weer goed uit. Ook hier wordt met man en macht aan gewerkt om alles op tijd
klaar te krijgen. Maar, zoals al eerder gezegd, wel in een
winters tempo. Heeft de schilder of andere vakman zin om in het
plaatselijke kafenio een Griekse koffie te halen, dan gebeurt dat dus ook.
Het werk gaat constant door. Menige Griek is dan ook
blij als het eens regent, want dan wordt er absoluut niet gewerkt. Natuurlijk
is er wel voldoende tijd voor het Griekse sociale leven. Men gaat graag ’s
avonds nog even naar een lokale taverna om een lekkere maaltijd te nuttigen. Naamdagen worden gebruikt om de familie weer eens
te bezoeken, al is dat aan de andere kant van het land en rijdt men uren in de
auto.
Kerstmis en Nieuwjaar worden in Griekenland, met
uitzondering van de grote steden, niet zo groots gevierd. Pasen daarentegen is hét feest van het jaar. Het hele land staat
dan min of meer op z’n kop. Als dit feest nog net
buiten het seizoen valt is dat voor de bevolking vaak een mooie manier om de
winter af te sluiten. Daarna is men dan echt klaar om de nieuwe gasten weer te
ontvangen in hun dorpen.
A a alfa als a in pan
B b wita klank
tussen v en w
G g gamma g voor a, o en oe klank
j voor e en i klank
D d dhelta als
zachte Engelse th (they)
E e epsilon e als in pet
Z z zita als
z
H h ita als
i in niet
Q q thita als harde Engelse th (thin)
I i jotta als i in niet
K k kappa als k (vóór e en i klank echter
meer
kj)
L l lambdha dunne
l
M m mi als m
N n ni als n
X x xi als
x
O o omikron als
o in hond
P p pi als p
R r ro tongpunt r (rollende r)
S s sigma scherpe s, ook tussen twee klinkers
z
vóór b, g, d, l, m, n en r
T t tav als
t
U u ipsilon als
i in niet
F f fi als
f
C c chi vóór
e en i klank, ch als in Duitse ich
vóór
a, o en oe klank als in ach
Y y psi als
ps
W w omega als o in hond
Een uniforme manier om Griekse woorden met Latijnse letters te schrijven bestaat niet. Daarom zult u tijdens uw verblijf hier vaak dezelfde namen op een verschillende manier geschreven zien. Grieken vinden het leuk als u wat woordjes Grieks spreekt, de volgende uitdrukkingen zullen u dan zeker van pas komen.
Dagelijks
parakalw parakaló alstublieft
eucaristw efcharistó dank
u wel
nai nč ja
oci óchi nee
kalhmera kaliméra goedemorgen
kalhspera kalispéra goedenavond
kalhnucta kaliníchta goede
nacht (welterusten)
geia saV jássas hallo,
goedendag
geia maV jámmas op onze gezondheid (proost)
kafeV kafés koffie
tsai tsái thee
krasi krási wijn
mpura bíera bier
nero neró water
kotopoulo kotópoulo kip
kouneli koenéli konijn
kreaV kréas vlees
moscari mosgári rund
coirino chirinó varken
yari psári vis
garideV garídes garnalen
kalamarakia kalamarákia inktvis
cortofagoV chortofágos vegetariër
marouli maroéli sla (andijvie achtig)
Cijfers, dagen en maanden
mhden midén nul
ena énna een
duo dío twee
tria tría drie
tessera téssera vier
pente pénde vijf
exi éksi zes
efta eftá zeven
octw ochtó acht
ennia ennjá negen
deka dékka tien
Deutera deftéra maandag
Trith tríti dinsdag
Tetarth tetárti woensdag
Pempth pémti donderdag
Paraskeuh paraskeví vrijdag
Sabbato sávato zaterdag
Kuriukh kiriakí zondag
IanouarioV janoeários januari
FebrouarioV fevroeários februari
MartioV mártios maart
AprilioV aprílios april
MaioV máios
IounioV jóenios juni
IoulioV jóelios juli
AugoustoV ávgoestos augustus
SeptembrioV septémvrios september
OktwbrioV októvrios oktober
NoembrioV novémvrios november
DekembrioV dekémvrios december
Eten en drinken is in Griekenland
meer dan alleen maar voorzien in een primaire levensbehoefte. Het is een
aanleiding voor gezelligheid, die tijd vereist en rust brengt. Grieks eten
wordt volgens onze maatstaven lauwwarm geserveerd. Dit is niet omdat het te
lang in de keuken staat voordat het geserveerd wordt, maar omdat de meest
Grieken lauwwarm eten prefereren.
Rond 21.00 uur gaan de meeste Grieken eten, na op
dorps- of stadsplein te hebben geflaneerd. U kunt een maaltijd krijgen in een
“Estiatorio” of een “Taverna”. Het eerste is een restaurant waar diverse
gerechten in een vitrine staan uitgestald. U kunt aanwijzen wat u wilt eten of
u wordt uitgenodigd om in de keuken een keuze te maken. De taverna is meer een
eethuis, waar ook buiten gegeten kan worden.
Er zijn ook speciale visrestaurants “Psarotaverna”
en grillrestaurants “Psitaria”. Hoewel de vele restaurantjes aan zee anders
doen vermoeden, is vis niet altijd even makkelijk
verkrijgbaar. Vis is overigens prijzig en de prijs wordt berekend naar gewicht.
Voor wie geen vlees of vis wil eten is er de mogelijkheid van een groente
stoofschotel “Briam”. U kunt ook tomaten gevuld met rijst “Gemistes”, een
omelet, spaghetti met groentesaus o.i.d. bestellen. Een typisch Griekse
gewoonte is om, als er met meerdere personen gegeten wordt, een aantal schotels
te bestellen. Deze worden op tafel gezet en een ieder eet ervan. Er wordt een
totaalbestelling doorgegeven die ook door één persoon betaald wordt. “Dutch
treat” (ieder betaalt voor zich) is in Griekenland niet gebruikelijk.
Drinken doet men in koffiehuizen “Kafenio”. Hier
kunt u o.a. koffie, frisdrank en ouzo drinken. Voor de Griekse mannen heeft het kafenio een belangrijke sociale functie; met één kopje
koffie wordt urenlang de nationale en lokale politiek besproken. Ook in de patisserie
“Zacharoplastio” kunt u koffie drinken, maar het accent ligt hier op zoetigheid
en ijs.
U kunt kiezen voor “Nes”, onze eigen nescafé. Wilt u
koffie met melk dan bestelt u met “Gala” en met suiker zegt u “Zachari”. Met
een klein beetje suiker vraagt u naar “Metrio”. Wilt u er niets in dan bestelt
u “Sketto”. Ook kunt u ijskoffie “Frappé” bestellen. Ook weer met of zonder
“Gala” en “Zachari”. Griekse koffie wordt in kleine kopjes geserveerd en moet
voorzichtig worden genipt (geslurpt) om geen koffiedrab naar binnen te krijgen.
Verder zijn ook filterkoffie, cappuccino en espresso steeds vaker verkrijgbaar.
Griekenland produceert veel wijn. De meest bekende
soort is “Retsina”, een met hars aangelengde witte
wijn. In veel taverna’s wordt eigengemaakte wijn geschonken. Vaak is dit rosé of witte wijn. U besteld
het per halve kilo “Miso kilo” of per hele kilo “Enna kilo”. Kijkt u ook eens
in de plaatselijke supermarkt voor het aanbod van goede streekwijn en de
welbekende zoete portachtige Mavrodafni wijn.
Sterke drank
De nationale drank is ouzo. Deze sterke anijsdrank
wordt soms geserveerd met diverse kleine hapjes “Mezedes” en een glas water.
Deze borrelhapjes, veelal bestaande uit stukjes komkommer, fetakaas, olijven,
worst en tomaat moeten helaas steeds vaker apart worden besteld. In sommige
restaurants ziet u bij de voorgerechten dan ook Ouzo staan.
Metaxa is een Griekse
brandy (cognac) die wereldberoemd is en de moeite van het proberen waard. U heeft keuze uit 3***, 5***** of 7*******.
Liefhebbers van Griekenland hebben vaak ook een grote interesse in de Griekse muziek.
Griekse muziek is heel anders dan u gewend bent in Nederland. Dat is eigenlijk vanzelfsprekend. Muziek is een belangrijke cultuurdrager. In Griekenland bestaat de traditionele muziek uit ballades die hun oorsprong vinden in de Turkse overheersing en de Griekse onafhankelijksheidsstrijd. De teksten van deze ballades beschrijven vaak alle aspecten van het leven. Met name dit genre komt bij veel Nederlanders klagerig over. Dit komt ook door de bijbehorende instrumenten zoals de houten fluit, de luit, de tamboerijn en de klarinet.
Griekse muziek kent drie invloeden: de rembetika, de bouzouki en de neo kima. De rembetika is de grote-stadsblues. Bouzouki heeft zijn naam te danken aan muziek gemaakt met luit, viool en santouri. Een zanger(es) zingt dan sentimentele en romantische teksten. De neo kima (nieuwe golf) begon eigenlijk al in de jaren zestig en werd o.a. vertolkt door Mikis Theodorakis. Mikis werd min of meer opgevolgd door Georgos Dalaras, een in Griekenland immens populaire zanger.
Tegenwoordig is er in de Griekse muziek een enorm aanbod met voor iedereen een passende zanger(es). Hieronder een paar goede voorbeelden.
Γιωργος Νταλαρας Giorgos Dalaras
Χαρις Αλεξιου Charis Alexiou
Γιαννης Κοτσιρας Yiannis Kotsiras
Μιχαλης Χατζηγιαννης Michalis Chatziannis
Καιτη Γαρμπη Kathy Garbi
Γιαννης Βαρδης Yiannis Vardis
Αντωνης Ρεμος Antonis Remos
Γιαννης Πλουταρχος Yiannis Ploutargos
Heel veel Grieks luisterplezier!